Academische vrijheid in gevaar

mr. P.C. Kwikkers, www.triasnet.nl

VRIJHEID

Op de vraag "of het goed gaat met het Nederlandse hogeronderwijsbestel", is het antwoord niet onverdeeld positief. Om dat antwoord te beargumenteren, het gaat dan gelukkig niet over wetenschappers, docenten en studenten, neem ik de waarneembare tendens in de samenleving naar minder vrijheid; minder academische vrijheid vooral. Een mooie paradox die bestuurders en politici – vaak klagend over de onvoorspelbare opvattingen van burgers over hun inspanningen – ter harte zouden moeten nemen is daarbij deze: "Vrijheid is het belangrijkste bindend element in de samenleving". In hoger onderwijs en wetenschap geldt die paradox nog sterker.

Er zijn sinds de oorspronkelijke WHW twintig jaar geleden het licht zag, steeds meer maatregelen getroffen om meer controle over universiteiten en hogescholen te krijgen en kleine bezuinigingen binnen te halen. En er is nog een aantal in aantocht. Het zit in de stapeling ervan. Dat is een gevaarlijk ontwikkeling die nu in een gevaarlijk stadium heeft bereikt;, misschien wel een omslagpunt.

Wetgeving is er voor 10-20 jaar en sommige effecten ijlen decennia na. Dat vraagt een groot verantwoordelijkheidsgevoel en ‘feeling’ voor de nadelige termijneffecten, juist nu veel bezuinigingsnood-maatregelen – bezuinigings-noodmaatregelen zo u wilt – worden genomen.

Vrijheid, de staatsvrije sfeer, is in het algemeen gegarandeerd in de Grondwet, en voor onderwijs in artikel 23. De Onderwijsraad pleitte begin deze maand in haar advies daarover voor ruimere uitleg ervan. In hoger onderwijs en wetenschap geldt ook artikel 1.6 WHW. Dat zegt plechtig: "Aan de instellingen wordt de academische vrijheid in acht genomen". Wat betekent dat eigenlijk?

Wetgever en bestuurders tasten in tempo de vrijheid van onderzoekers, docenten en studenten aan. Maar van die laatstgenoemden ìs de academische vrijheid. Academische vrijheid is niet zomaar een aspectje van de zelfs verdragsrechtelijk gegarandeerde vrijheid van meningsuiting. Het is de individuele vrijheid van Forschung und Lehre. Niet de vrijheid van de universiteit of hogeschool, niet de regelvrijheid van de wetgever, en niet de discretionaire bevoegdheid van een toevallige minister. Het is ook niet de "vrijheid" om toenemende studieschulden aan te gaan.

In de WHW van 1992 is de vrijheid om te onderzoeken, te onderwijzen en onderwijs te ontvangen, uitgebreid tot hbo-docenten en de studenten. Dat is weloverwogen gedaan. Een eerder wetsontwerp WHW schrapte de academische vrijheid namelijk helemaal … als zijnde evident. Gelukkig is daar een stokje voor gestoken, vooral door een betoog van toenmalig D66 Kamerlid Aad Nuis en de ambtelijke reactie daarop.

Die vrijheid staat op het spel. Niet alleen door stapeling van allerlei maatregelen die vooral studenten treffen, zoals de langstudeermaatregel, de harde knip, de deeltijdingreep, collegegeld- en studiefinancieringsbeleid, de baaierd van zogenaamd rendementverhogende maatregelen. Ook wordt vrijheid beknot door met de WHW op gespannen voet staande hoofdlijnenakkoorden met koepels, door prestatieovereenkomsten met instellingen, door prestatiebekostiging, en door uitdijende accreditatiekaders die niet alleen het kwaliteitsniveau bewaken, maar ook van alles en nog wat regelen. Die regels veroorzaken een exponentiele dure groei van publieke en private lapmiddelen om de nare gevolgen ervan te bestrijden.

Dit vindt ook weerslag in de onderwijs- en examenreglementen die steeds meer gaan lijken op gevangenisreglementen, dan op bastions van academische vrijheid en geleerdheid. Ik vroeg mij in de verantwoording van boektitel "Academische Kwartiertjes" af of het in onbruik rakende "academisch kwartiertje" contactonderwijs is. De vraag – duiding van het gevoerde beleid - is hedentendage juridisch even serieus als dat hij belachelijk zou moeten zijn.

Natuurlijk moet vrijheid worden "geregeld", anders wordt het een wild-west waarin een bepaalde elite alles aan zich trekt. Maar Nederland slaat door en ook dan wint die "elite". Kenmerken van onverstandige overheden zijn: een sterke toename van detailregels, legisme bij de uitleg daarvan, bestuurscentrisme, en onfeilbaar geloof in de letter van de wet (dat is dan het eigen bestuurdersgelijk). De overheid, niet alleen in het onderwijs, en de hoogste bestuursrechter, tenderen in Nederland naar liberalistisch centralisme. Terwijl het gaat om borging van verdelende rechtvaardigheid en wetstoepassing in redelijkheid en billijkheid.

Over academische vrijheid wordt vaak wegwuivend, zelfs badinerend, gesproken – juist door hen die deze moeten bewaken. Degene die het te berde brengt, is getroffene en anders lastpost.

Of is het probleem dat men de betekenis niet beseft? Of niet weet waar die vrijheid exact in zit?

HET BELEID

OCW probeert misschien uit te voeren wat in de SDU-serie Wegen voor nieuw hoger onderwijs wordt aanbevolen, maar meestal net over de top, net te veel gericht op zuinig, op centralisatie, op ont-democratiseren, op verhogen van toegangs- of doorstroomdrempels, bijvoorbeeld:

  • zelfgeorganiseerde herverkaveling wordt prestatie en profileringcorset
  • een ExpertiseCentrum Rationaliteit wordt de HO-autoriteit ter uitvoering van de prestatiebekostiging
  • aanbodoverleg in DYNAMO-B-model, worden hoofdlijnakkoorden
  • ontkoepelen wordt een jacht op instellings-NOP (overhead)
  • wetenschapbeleid wordt meer een productie- en citatie-industrie.

Onderwijskwaliteit. Zijlstra, op NU.nl/HOP van 19 maart, verwacht dat opleidingen vaker worden afgekeurd. Hij praat voor zijn beurt, èn hij gaat daar niet over, èn hij bezoedelt de reputatie van het ho zonder recht of reden. Ik twitterde daarom plagerig: "Als je weet wat kwaliteit is … ga je niet in visitatiecommissies zitten". En zeker niet als die tevens dienen voor toekenning van meer, minder of geen bekostiging.
De accreditatie-industrie (net als banken eigenlijk) produceert zelf eigenlijk niets, maar genereert wel een cryptokartel van visiteurs dat de verbeterfunctie van kwaliteitzorg ondermijnt. Waarom is – ondanks forse minpunten – alleen 1 rechtenopleiding (notarieel UvA) in herstel geplaatst en waren MEM van Inholland en journalistiek van Windesheim geaccrediteerd? Omdat accreditatie geen bijltjesdag is, maar onderdeel van een verbeterslag? Omdat de opleidingen beterschap beloofden? Omdat de juridische performance van veel overheidslichamen en de journalistieke kwaliteit vanveel media ook beneden de maat is? …

Goed onderwijs? Dat is inspiratie! Maar ja, hoe kwantificeer je dat?

Geld: "Universiteiten en hogescholen moeten zich richten op waar ze goed in zijn en opleidingen afstoten die minder goed presteren. Instellingen moeten beter kijken naar wat de maatschappij van hen vraagt, studiesucces moet omhoog, studenten moeten meer ruimte krijgen om te excelleren en onderzoekers uit te dagen om samen met bedrijven kennis om te zetten in (hun) producten".

Dit betogen VNO-NCW en MKB Nederland, verbonden aan de oproep aan de TK om tòch vooral de prestatieakkoorden door te drukken. Zij hebben het eigen belang goed begrepen, maar het algemeen belang uit het oog verloren. De doelen zijn prima, daar is niemand tegen. Maar het is de halve waarheid en de gekozen instrumenten monteren naar DDR-model tweetakt Trabantmotortjes onder de motorkap van onze KennisRollRoyces. Dat is demotiverend en contraproductief. Deze soort excellentiestreven en verslapte aandacht voor middengroepen èn fundament, maken Nederland NIET rijker. Het maakt sommigen veel rijker, maar de rest armer. Het onderzoek aan Nederlandse universiteiten zit gemiddeld tegen de top aan, in omvang, citatiescore en impact. Maar ons aantal wetenschappers en het onderzoekbudget blijven ver achter. Dat duidt op roofbouw in plaats van investering.

Langzaamstudeermaatregelen, asociaal lenen, deeltijdvouchers. De situatie in de VS bewijst dat studieleningen (meer dan 1 triljoen dollar studieschuld waarvan 60% state loans) een langzaamwerkend gif zijn als die niet worden beperkt. 5% van de gezinsschuld is studieschuld, maar in de meeste gezinnen is helemaal niet gestudeerd. De middenklasse in de VS is voor een deel verdwenen en kan de kosten van een hogere opleiding niet meer opbrengen. Het gemiddeld gezinsinkomen is er maar 2,1% hoger dan in 1990. Ongeveer 50 miljoen Amerikanen leeft onder de armoedegrens: een record sinds 54 jaar die telling begon. Stijgen op de sociale ladder was nog nooit zo moeilijk vooral door private schuldenlast. Zelfs de investering van de laatste dollars in college of university van zoon of dochter, betaalt zich vaak niet meer terug. Wij gaan die kant op met snel toenemende leenlasten van grote groepen studenten, afhaken van anderen en bevoordeling van een paar excellenten. We moeten de toegankelijkheid juist vergroten en de schuldenlast terugdringen, en langzaam en deeltijd studeren faciliteren in plaats van afknijpen. En we moeten het collegegeld laag houden, zoals we dat vrij succesvol met de lonen doen. Of beter: afschaffen, of werken met examengeld, of pas kostendekkend maken na de nominale studieduur. Er zijn goede mogelijkheden te over, maar met het huidige beleid zullen studieleenstelsels een van de oorzaken blijken te zijn van een heel langdurige schuldencrisis.

Excellentie, rendementbeleid, toptalenthulp. Ze leiden tot hoge kosten en geen extra rendement. Verloedering in de samenleving begint bovenaan, dus ook tekortschietende academische vorming speelt een rol. Rendement van studenten is gèèn bestanddeel van de kwaliteit van onderwijs. Toch doen regering parlement, inspectie en NVAO alsof dat wèl zo is en wordt daar zwaar beleid op gezet zonder rekenschap te geven van de downsides.

Hoe kan een student onderwijsvraag articuleren als hij niet weet wat hij kan of moet leren? Er is de leermeesterlijke plicht om te zorgen voor niveau, breedte en keuzevrijheid. Zijlstra’s ideeën getuigen ook hier van gevaarlijk centralisme: hij wil bepalen dat dat er bèta of topsector moet worden gestudeerd en hoe lang. Mijn advies is: niet doen als je daarin geen zin, geen talent, of andere plannen hebt. Dat zou groot ongeluk brengen … en armoede.

Topsectorbeleid. Dit is niet innovatief, geen academische vrijheid, maar een zak geld voor wat grote bedrijven willen. Wetenschap als industrie: in dienst van snel geld. Publiek gefinancierd onderzoek is teruggelopen tot 0,7% bbp; met bedrijfsleven erbij is het nog geen 1,75. Dat moet volgens OESO-normen tenminste 2,5% zijn en om de top te bereiken langjarig 3. Voor wie van ranglijsten houdt: met een bbp-groei van 1,6% staat Nederland op plek 166 in de wereld. Topsectorbeleid is geen wetenschapsbeleid, maar oude industriepolitiek. Dat leidde ooit tot het RijnScheldeVerolme drama.

VRIJHEID

Waarom zien we niet alleen in Nederland een centralistischer overheid? Ieder weet: "Een goed plan lijkt niet op een plan, maar is concept".

Ik ben verklaard voorstander van meer koppen in de klas en het afgraven van intermediaire kleilagen en improductieve beleidnapraters. Maar: aan goede kritische beleidsdiensten hebben universiteiten en hogescholen nu meer behoefte dan ooit om tegenspel te bieden (zie het zesde Academisch Kwartiertje). Ho-financiering lijdt aan prikkelgekte: steeds meer, steeds pregnanter, obsessiever. We streefden naar 50% ho- deelname. Goed streven, maar we moeten niet zeuren als het niet meteen lukt en dan meteen de andere kant oprennen. Eerst de gekte in onszelf bestrijden.

Het lijkt of bestuurders bij ministeries en in instellingen, industriëlen en politici elkaar in cirkeltjes nazitten: nerveus en paniekerig. Wat is de oorzaak van die kortademigheid? Onkunde, onwetendheid, morele druk?

De goed opgeleide burger van tegenwoordig heeft meer geduld, en meer geld over voor nuttige dingen, dan carrièrepolitici-bestuurders denken. Maar hij wordt narrig als hij betaalt voor slechte politiek en slechte bestuurders van gemeenschapsvoorzieningen. De koppigheid of onkunde in het openbaar bestuur en maakt de burgers wispelturig en dat maakt politici wederom hyperig-nerveus.

Geeft daarom de vrijheid terug aan de studenten, onderwijzer en de wetenschappers. 80% van de Google-producten eindigt in een flop; Apple is een gigant doordat zij zich fouten veroorlooft. Marktleiders gunnen zich de vrijheid van fouten om daarvan te leren. Ons topsectorenbeleid helpt alleen conservatieve grote bedrijven om hùn vraag door te drijven en hen te redden. Door het beleid om gevaar en toekomstrisico’s uit te bannen, nemen de risico’s juist toe. De economische geschiedenis leert: toppers van nu zijn de dino’s van 2025.

De vrijheid om fouten te maken en daarvan te leren, werkt het beste, ook in wetenschappelijk onderzoek, ook bij studiekeuze. Vrijheid gedijt alleen in een omgeving waarin fouten maken wordt getolereerd. De excellentie-eis is dodelijk voor vooruitgang. Doel van de evolutie is niet perfectie, maar aanpassingsvermogen; diversiteit.

Regelgeven is ook de kunst van het weglaten. We lijden onder een overbevolking van de beleidsruimte; onder regeldichtheid die toezichthouders niet overzien en alleen maar meer toezicht en sancties willen. Daarom regelen we er ook nog een paar toezichthouders en sanctievormen bij. Niet alleen een land, ook een universiteit, hogeschool, student en onderzoeker, zelfs ministeries, legers en economieën, bloeien op in vrijheid en verwelken onder druk. Vrijheid is het beste wat we hebben. Politici en ambtenaren hebben de Salomonstaak om die vrijheid zowel te bewaken als te beschermen. Dat laatste – grappig – vooral tegen zichzelf.

Vrijheid is soms prijzig, maar elke dubbeltje waard. De mate van academische vrijheid bepaalt de kwaliteit van het klimaat aan een universiteit; en zo ook de kwaliteit zelf. Kern van de academische vrijheid is de tijd, de tolerantie en de vrijheid om fouten te maken en die te herstellen. Dat is nodig voor een goed onderwijs- en onderzoekklimaat.

Dit moet weer de kern van het onderwijsbeleid worden. Aan – dat is dus door – de instellingen moet weer de academische vrijheid in acht worden genomen. Regering en Parlement moeten zorgen dat de wet en het beleid weer zo goed zijn dat instellingen dat kunnen, durven èn werkelijk faciliteren. De discipline van studenten en onderzoekers zit in de vreugde aan leren en onderzoeken; niet in overdosis rendement- en excellentiemanagement. Gebrek aan vrijheid is een veel groter risico, dan dat af en toe een gebrekje aan een ho-getuigschrift een probleem is.

Het goede nieuws is: Vrijheid, ook academische vrijheid, is altijd in gevaar. Het slechte nieuws: nu evident meer dan vroeger.

View Peter Kwikkers's profile on LinkedIn

Hogeronderwijsrecht