Evenwicht Zonder Sturing

Peter Kwikkers et al, 2005

Evenwicht zonder SturingIn dit boek loopt een negental auteurs dat elkaar volop in elkaars werk toeliet, in georkestreerd verband een aantal brede en met elkaar verweven beleids- en bestuursthema's in het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek langs. Zo wordt een brug geslagen tussen het verleden (1985) en de toekomst (2015) - van de HOAK-notitie naar het post-Lissabon tijdperk - met als "draaipunt" de Wetgevingsnotitie 2005. Deze brug bestaat uit toekomstgeoriënteerde analyses van belangrijke thema's in de "driehoek" Beleid, Bestuur en Recht. Dit boek is het eerste deel van een serie die het ingezette wetgevingsproces omrandt met bestuurlijke en beleidsmatige overwegingen en afwegingen. Een diepere en bredere bezinning op de ervaringen met de WHW is noodzakelijk om verantwoorde stappen te zetten voor de komende 10-20 jaar. Er worden thema's besproken die in de Wetgevingsnotitie niet zijn geagendeerd, maar wel discussie en besluitvorming vereisen. Dit boek is dus niet lotsverbonden aan de wetgeving.

De ambitie van de auteurs was hoog: een spraakmakend, koersbepalend, optimistisch, opbouwend, opiniërend, maar ook kritisch en leesbaar boek te schrijven, dat empirisch is belegd en langer meegaat dan een paar jaar. Er wordt met grote toewijding, ook door de gesprekspartners, met de wetgever en bestuurders meegedacht, maar er wordt vooral gepoogd om vooruit te denken in het belang van Nederland in het algemeen en het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in het bijzonder. Het boek is zo tevens bedoeld als bron van ideeën voor een brede groep: een naslagwerk en inspiratiebron voor ieder die werkzaam is in of te maken heeft met het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, maar zeker ook breder: met beleid en regelgeving in het openbaar bestuur in het algemeen.

Evenwicht zonder Sturing is doorspekt met beschouwingen over kansen en valkuilen, conclusies en uit analyses voortvloeiende aanbevelingen. In de hoofdstukken 1, 2, 9 en 10, worden hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, bestuur, beleid en recht op basis van meer algemene thema's benaderd. Daarvan ontwikkelt hoofdstuk 9, mede op basis van bevindingen een nieuw sturingsmodel en analyseert hoofdstuk 10 de vraag: nieuwe WHW of (en waar) niet. De hoofdstukken 2 tot en met 8 behandelen concreter thema's in den brede en bestaan (evenals hoofdstuk 1, maar zo niet hoofdstuk 9 en 10) steeds uit drie onderdelen:

A-deel. Een opiniërende analyse over onderwerpen met brede impact, die niet alleen bepalend zijn in elk type wetswijziging, maar ook voor beleid en bestuur zonder nieuwe wet. Er is in praktijk en beleidswetenschap behoefte aan "terugblikkend vooruitzien" met inschakeling van ervaren onderzoekers en terugkoppeling van percepties van ervaringsdeskundigen. Elk A-deel bevat daartoe een analytische terugblik over wetgeving, bestuur en beleid vanaf de HOAK-notitie,maar het zwaartepunt ligt in een toekomstgerichte analyse van huidig en voorgenomen beleid.

B-deel. In 28 gesprekken hebben 35 deskundigen en gezagsdragers van naam en faam hun licht laten schijnen op het Nederlandse hoger onderwijs en wetenschapsbestel. In deze geautoriseerde exclusieve gesprekken zijn vele thema's besproken en "getoetst"; in een aantal gevallen in dubbelinterviews. Deze Virtuele Ronde Tafel bevat in verhaalvorm neergeslagen analyses van deze "autoriteiten", naar subthema geordend maar zonder de verwevenheid van onderwerpen uit het oog te verliezen. Onze gesprekspartners spraken vanuit hun positie en ervaring, in een breder perspectief geplaatst. De indeling van deze passages in hoofdstukken en paragrafen is onvermijdelijk arbitrair. Wij wilden de dwarsverbanden tussen de onderwerpen - zo is ook bevraagd - bewaren, maar dit geeft vanzelf waardevolle associatieve gedachten die zich niet altijd gemakkelijk in een keurslijf van een hoofdstukindeling laten passen. Daarnaast is gepoogd om de gemaakte observaties in hun context te laten. Om de lezer bij het haardvuur niet te zeer te irriteren, zijn echter alleen bij wijze van uitzondering kruisverwijzingen gemaakt. Deze gesprekken vonden plaats in april-juli 2005.

C-deel. Hierin worden het A-deel en B-deel met elkaar verbonden en in verband gebracht met andere thema's en andere hoofdstukken,door een "columnachtig commentaar". De vorm en toon van deze onderdelen is bewust verschillend, veelal algemener en luchtiger.

Het zal velen verbazen. De balans tussen het als vraaggestuurd gekenschetste Angelsaksische sturingsmodel en het als aanbodgestuurd gekwalificeerde Humboldt-model, ligt precies in het bereik van het als centralistisch en afgedaan beschouwde Napoleontische overheidssturingsmodel. De verklaring is even simpel als logisch. Het zijn immers de wenselijke correcties op een enkelvoudige aanbodoriëntatie die instellingen van nature vertonen enerzijds, en correcties van maatschappelijk ongewenste marktmechanismen anderzijds, die aan veel wettelijke regels ten grondslag liggen. Voor het overige dienen wetsregels vooral om bepaalde democratische waarden te borgen, zoals rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, democratische besluitvorming en om een zekere maatschappelijk gewenste ordening tot stand te brengen.

Deze wetsregels, die overheid, willen "we" niet meer, zo wordt gezegd. Er moet dus iets anders worden verzonnen, maar voorlopig wordt er alleen in vage termen gesproken over "aandeelhouders" en/of "belanghebbenden" die, in sommige opvattingen, de huidige instellingsbestuurders zelf bijeen mogen zoeken. Wetsregels zijn er echter niet alleen omdat stakeholdersturing door interne en externe belanghebbenden de (rechtsstatelijke) legitimiteit en legitimering ontbeert die de overheid wel heeft. Het gaat immers over belangrijker vragen: van wie is de universiteit of hogeschool nu eigenlijk; en voor wie en waarom? Aan welke burger wordt de overheid teruggegeven en is dat wel de burger die dezelfde burger bedoelde toen hij de macht overnam van de aristocratie en de parlementaire democratie leven inblies? Dit gaat niet alleen over staatsrechtelijke theorie en parlementaire geschiedenis.

De vraag die in Evenwicht zonder Sturing onder andere voor ligt - waartoe een wet voor het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek - impliceert tevens de vraag of er wel een geheel nieuwe wet nodig is en of we wel weten waar het überhaupt met wetgeving naar toe moet. Die vragen zijn in ieder geval meerzijdig:

  • Waartoe dienen wetten en wat is het karakter van de hoger onderwijswetgeving?
  • Welke problemen worden door de WHW veroorzaakt, welke worden er niet mee opgelost; en zijn die analyses juist?
  • Wat vinden de stakeholders van de WHW en de Wetgevingsnotitie? Dringen instellingen, studenten of de maatschappij aan op een nieuwe wet,wordt dit geëist door recente of in de toekomst te verwachten ontwikkelingen, of door een brede wending in algemeen overheidsbeleid?
  • Waarheen zou het hoger onderwijs- en onderzoekbeleid ons moeten leiden, en wat is de achterliggende - nieuwe en gedeelde - visie op een nieuwe wet en het hoger onderwijs- en wetenschapsbestel in de toekomst?
  • Welke nieuwe beleids- of sturingsparadigma’s zijn er, en als die er zijn: waar passen die niet op het bestaand wettelijk fundament?

Naar publicatielijst 1 2 - Next Naar boven

View Peter Kwikkers's profile on LinkedIn

Hogeronderwijsrecht